Zindelijkheidstraining: hoe doe je dat? 2


Ik krijg regelmatig vragen van ouders over broekplassen. Hierbij gaat het om jonge kinderen die nog niet volledig zindelijk zijn (’s nachts en/of overdag).  

Nu dus de vraag: hoe kun je dit verhelpen?

In sommige gevallen zijn psychologische factoren van invloed op de zindelijkheid van jonge kinderen, maar daar gaat dit artikel niet over. Dit artikel gaat over hoe je kinderen kunt trainen om zindelijk te worden. Bij zindelijkheidstraining pleit ik voor een gedragsmatige aanpak. Dit wil zeggen dat je het gedrag probeert te beinvloeden met behulp van consequent handelen en belonen.

Daan en Lars gaan zelfs samen naar de wc!

Om het eigen gedrag te kunnen veranderen, heeft een kind feedback nodig. In het geval van zindelijkheid krijgt een kind vanaf een jaar of twee die feedback van zijn eigen lichaam: het kind voelt aan dat hij naar de wc moet. Bij de meeste kinderen is dat het moment om (overdag) zindelijk te worden. Daarnaast krijgt een kind feedback uit zijn omgeving. Ouders en andere opvoeders kunnen een kind helpen om zindelijk te worden door het kind hierop te attenderen: ‘volgens mij moet je plassen, ga maar even naar de wc’.

Je kunt een kind helpen om zich bewust te worden van de signalen die zijn lichaam afgeeft en hierop te reageren. Dit is eigenlijk wat je doet bij zindelijkheidstraining. Hierbij is het belangrijk dat je consequent bent in je aanpak en dat je consequenties verbindt aan het gedrag van het kind.

Hoe pak je het aan?

De aanpak bij zindelijkheidstraining heeft betrekking op de houding van de opvoeder en de situatie waarin het kind iets kan leren. Als het kind naar de kinderopvang gaat, zijn er verschillende situaties en verschillende opvoeders. In dat geval is goede afstemming tussen de opvoeders een belangrijke voorwaarde om de kans van slagen te vergroten. De aanpak is gericht op het stimuleren van gewenst gedrag, namelijk: dat het kind uit zichzelf en op tijd naar de wc gaat. Om dit gewenste gedrag te bereiken, volgen nu enkele tips:

 

Algemene tips:

  • Laat het kind regelmatig drinken
  • Zet een potje klaar of zorg ervoor dat de wc binnen bereik is
  • Moedig het kind steeds aan om naar het potje of de wc te gaan zitten: ‘kom maar, dan gaan we het nog een keer proberen. Laat maar eens kijken hoe gaat jij dat al kan!’
  • Prijs het kind voor elke poging om naar de wc te gaan: ‘wat goed dat je probeert te plassen’
  • Beloon het kind voor elke geslaagde poging: ‘wat knap van jou dat het gelukt is om te plassen’
  • Spreek het kind aan op ongewenst gedrag. Keur het af als het kind in zijn broek (of op de grond) plast: ‘wat doe je nou?! Plassen doen we op de wc. Loop maar even mee, dan proberen we het ook nog even op de wc’

Bij je aanpak zul je er rekening mee moet houden dat het misschien niet in één keer lukt. Sommige kinderen worden van de ene op de andere dag volledig zindelijk, maar dit is zeldzaam. Bij de meeste kinderen gaat er een langere periode overheen voordat ze dag en nacht zindelijk zijn. En sommige kinderen blijven tot een jaar of zeven in hun broek plassen. Waar dat mee te maken heeft, is vaak onduidelijk.

De zindelijkheidstraining kun je indelen in 3 fasen. Per fase volgen nu enkele tips.

Fase 1: de beginfase

  • Laat het kind overdag zonder luier en zonder (onder)broek rondlopen
  • Doe het kind ’s middags in bed wel een luier aan
  • Doe het kind wel een luier aan als je de deur uitgaat
  • Laat het kind ’s nachts wel een luier dragen

Fase 2: de vervolgfase

  • Laat het kind overdag zonder luier rondlopen, eventueel zonder (onder)broek
  • Laat het kind ’s middags zonder luier met (onder)broek slapen (desnoods op een extra plaszeiltje)
  • Doe gewone kleding aan zonder luier als je de deur uitgaat
  • Laat het kind ’s nachts wel een luier dragen

Fase 3: de afrondingsfase

  • Laat het kind overdag zonder luier rondlopen in gewone kleding
  • Laat het kind ’s middags zonder luier slapen
  • Doe gewone kleding aan als je de deur uit gaat
  • Laat het kind ’s nachts geen luier dragen
  • Haal het kind ’s avonds laat nog even uit bed om te plassen

De stickerkaart

Met behulp van een stickerkaart kun je gewenst gedrag belonen. Een beloningssysteem kan effectief zijn, mits het op de juiste manier wordt gebruikt.

Tips:

  • Benoem concreet hoe het kind een sticker kan verdienen: wat moet het kind doen en met welke frequentie? Krijgt het kind een sticker voor elke keer dat het iets op de wc doet? Of moet hij de hele dag droog blijven om een sticker te ontvangen?
  • Gebruik een stickerkaart waarbij een kind gedurenden de dag meerdere momenten heeft waarop het iets kan verdienen. Als het dan een keer mis gaat, heeft het kind in het vooruitzicht dat het die dag nog een nieuwe kans van slagen heeft
  • Bij een tweeling: kijk goed naar de plek waar je de stickerkaarten ophangt. Bij sommige tweelingen werkt competitie bevorderend, terwijl dit bij andere tweelingen juist belemmerd werkt. Of je de kaarten direct naast elkaar hangt of juist op verschillende plekken, hangt dus af van het type tweeling
  • Gebruik de stickerkaart niet te lang. Bekijk per week of het effect heeft. Meestal is een week of twee voldoende om een gedragsverandering te zien. Als je er daarna mee door wilt blijven gaan, overweeg dan een ‘stopweek’ of pas de stickerkaart aan
  • Benut het moment van stickerplakken om het kind nog even extra in het zonnetje te zetten. Kinderen zijn gevoelig voor complimentjes, dus wees er niet te zuinig mee!
  • Als een stickerkaart niet werkt, zoek dan naar een ander soort beloning. Een beloningssysteem werkt alleen als het kind gevoelig is voor de beloning. Suggesties zijn: iets lekkers krijgen, iets leuks mogen doen (samen een spelletje doen, samen koekjes bakken)

 

Hier volgt een voorbeeld stickerkaart:

 droog uit bed

 ochtend

droog uit bed

middag

Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
Zaterdag
Zondag

Met deze stickerkaart kan het kind elke dag vier stickers verdienen: door ’s ochtends droog uit bed te komen, door ’s ochtends een keer iets op het potje of de wc te doen, door ’s middags droog uit bed te komen, en door ’s middags een keer iets op het potje of de wc te doen. Zo heeft het kind vier kansen om een sticker te verdienen. Bij deze kaart mag het kind dus ‘fouten’ maken. Het kind mag dus best ‘een ongelukje’ hebben en kan dan nog steeds een sticker verdienen. Het is ook belangrijk dat die ruimte erin zit. Het gaat er namelijk niet om dat het direct foutloos lukt, het voornaamste is dat de zindelijkheid op gang wordt gebracht. Als het kind dit eenmaal door heeft, kun je aan de volgende stap gaan werken: droog blijven.

Hier kun je stickerkaarten downloaden:

Stickerkaart auto

Stickerkaart bloem

Stickerkaart hond

Stickerkaart poes

Stickerkaart smile

Stickerkaart zon


Als niets lijkt te werken…

Sommige ouders hebben al van alles geprobeerd en hebben het idee dat niets lijkt te werken. Misschien zijn er factoren van invloed waardoor het bij jouw kind net even anders gaat. Het kan een goed idee zijn om ook eens de huisarts te raadplegen, bijvoorbeeld bij vermoedens van enurese of encoprese.

Maar het kan zeker ook de moeite waard zijn om je eerdere pogingen een nieuwe kans te geven. Soms blijkt dat een eerdere aanpak op een later moment wel werkt. Een paar maanden maakt voor een kind op die leeftijd veel uit. Voor persoonlijk advies kun je ook altijd even contact opnemen via suzanne@twinsvideoblog.nl


Laat een reactie achter bij Bart Groenhof Reactie annuleren

2 Gedachten over “Zindelijkheidstraining: hoe doe je dat?

  • Debby Mendelsohn

    Suzanne, zelf ben ik psycholoog en moeder van vijf kinderen (en een baby). Mijn kinderen waren met anderhalf jaar uit de luiers. Bovendien was het zindelijk maken heel leuk om te doen, zowel voor mijn kinderen als mijzelf. Een tweeling is natuurlijk dubbel zoveel werk, maar de kindjes kunnen elkaar netzo als op een kdv stimuleren. Hoe ik het heb aangepakt heb ik beschreven op:www.spelendzindelijk.nl Misschien is het interessant voor jouw site.
    groetjes,

    Debby