De meerlingrelatie 1


Meerlingkinderen hebben een bijzondere relatie met elkaar. Vergeleken met gewone broers en zussen is de onderlinge band tussen meerlingkinderen vaak hechter en intiemer. De mate waarin en de manier waarop zich dit manifesteert, verschilt per meerling. Alhoewel het merendeel van de meerlingen zich zowel met als zonder de co-twin prettig voelt, zijn er ook meerlingen die onafscheidelijk zijn of die zich juist tot in het extreme tegen elkaar afzetten.

Ouders vragen zich terecht af wat de invloed is van de meerlingrelatie op de ontwikkeling van de kinderen. Vaak wordt gedacht dat een (te) hechte band een negatief effect zou hebben op de individuele ontwikkeling van de kinderen en de identiteitsontwikkeling in het bijzonder. Maar is dit werkelijk het geval? En in hoeverre kunnen meerlingouders de onderlinge band tussen hun kinderen beïnvloeden? Aangezien vrijwel alle literatuur is gebaseerd op tweelingstudies wordt er in dit artikel gesproken over tweelingen, met alle respect voor ouders van grotere meerlingen.

De manier waarop er in de samenleving met tweelingen wordt omgegaan, is in de loop der tijd veranderd. Vroeger was het niet ongewoon om tweelingen te beschouwen als twee dezelfde persoontjes, wat zich bijvoorbeeld uitte in het identiek kleden en het aanspreken als ‘de tweeling’ in plaats van beide kinderen apart. Hierdoor gingen zij zich soms ook als koppel gedragen, bijvoorbeeld door elkaar perfect aan te vullen, wat bekend staat als het couple effect.

Door maatschappelijke veranderingen waarin het individu meer centraal is komen te staan en dankzij de kennis die is voortgekomen uit wetenschappelijk onderzoek bij tweelingen, is de houding ten aanzien van tweelingen veranderd. Tegenwoordig worden tweelingen vooral gezien als twee aparte individuen die ‘toevallig’ op dezelfde dag geboren zijn en streven tweelingouders in de opvoeding over het algemeen naar een individuele benadering, rekening houdend met de individuele behoeften van elk kind.

Lily en Jessie zijn een twee-eiige tweeling, geboren op 22 maart 2005

Lily en Jessie zijn een twee-eiige tweeling, geboren op 22 maart 2005

Typen tweelingrelatie
De ontwikkeling van tweelingkinderen verloopt in diverse opzichten anders dan bij eenlingen. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat de aandacht van de ouder gedeeld moet worden. De meeste tweelingen zijn gedurende de eerste levensjaren vrijwel altijd samen en hebben dezelfde ontwikkelingsfase waardoor ze vaak sterk op elkaar gericht zijn.

Tweelingen worden eerder dan eenlingen geconfronteerd met gevoelens van jaloezie en vaak vertonen zij onderling een sterkere mate van concurrentie en rivaliteit. De meeste tweelingkinderen zoeken zelf naar oplossingen om met gevoelens van jaloezie om te gaan. Dit doen ze bijvoorbeeld door de ouders te ‘verdelen’ (de één richt zich op de vader en de ander op de moeder) of door consequent het tegenovergestelde van de ander te kiezen (kies jij een appel? dan wil ik een peer).

Ook ouders zelf proberen manieren te vinden om hun kinderen te helpen om te gaan met gevoelens van afgunst en jaloezie, al is het niet altijd even gemakkelijk om tegelijkertijd het ene kind te prijzen voor een prestatie en de ander te troosten voor een teleurstelling. Juist doordat tweelingen even oud zijn en leeftijd dus niet als excuus kan gelden voor verschillen in ontwikkeling tussen de kinderen, is het voor tweelingen des te confronterender als de één verder is dan de ander. Tweelingen hebben vaak wat extra hulp nodig om te leren dat het leven niet eerlijk in elkaar zit, al zijn de onderlinge verschillen tussen tweelingkinderen soms wel erg groot en kan de situatie behoorlijk gecompliceerd zijn, bijvoorbeeld als het ene kind op school een leerjaar verder is dan de ander.

De aard van de tweelingrelatie verschilt per tweeling en kan als volgt worden getypeerd:

Closely Coupled (vrijwel onafscheidelijk):
kinderen die zich gedragen alsof ze een koppel zijn en die door anderen als koppel worden benaderd

Mature Dependents (kunnen goed met en zonder elkaar):
kinderen die de aanwezigheid van de co-twin op prijs stellen en die zowel als individu als samen met de co-twin goed kunnen functioneren

Extreme individuals (zetten zich sterk tegen elkaar af):
kinderen die hinder ondervinden van de meerlingrelatie resulterend in ruzies en ontkenning van de meerlingrelatie en die zich afzetten tegen de co-twin om de eigen identiteit te waarborgen

( P. Preedy, 2006)

Deze indeling is bedoeld als hulpmiddel om een idee te krijgen van de relatie tussen de kinderen op een zeker moment. Volgens deze indeling bestaan er drie typen relaties tussen tweelingen, waarvan twee extremen ( ‘Closely Coupled‘ en ‘Extreme individuals’) en een tussenvorm (‘Mature Dependents‘). De meeste tweelingouders beschouwen hun tweeling als Mature Dependents, die dus zowel goed samen als zonder elkaar kunnen functioneren. Overigens kan per tweeling de aard van de relatie verschillen per fase in de ontwikkeling, waardoor ze bijvoorbeeld de ene periode goed zonder elkaar kunnen en enige tijd later onafscheidelijk zijn. Als we in meer detail kijken naar kenmerken van de tweelingrelatie, dan blijkt dat ‘identiteitsontwikkeling’ en ‘koppelvorming’ de belangrijkste onderwerpen zijn, dus die zullen nu verder worden besproken.

Identiteitsontwikkeling
Voor een pasgeborene is de moeder puur een verlengstuk van zichzelf en gedurende de eerste maanden zijn moeder en kind in zekere zin nog één. Tijdens de separatie-individuatie fase, die begint als een baby ongeveer 4 à 5 maanden oud is en tegen het einde van het derde levensjaar wordt voltooid, komt het kind geleidelijk los van de moeder (de autonomie van het kind neemt toe) en wordt het kind steeds meer een apart individu. Dit scheidingsproces waarbij het kind zijn eigen identiteit begint te ontwikkelen, wordt ook wel individuatie genoemd.

Vincent en Inge

Vincent en Inge

De individuatie bij tweelingen verloopt anders dan bij eenlingen en kan worden gezien als een tweevoudig proces: ze moeten zowel loskomen van de moeder als van elkaar. Bij tweelingen is gedurende de separatie-individuatie fase vaak nog sprake van incomplete differentiatie tussen de kinderen onderling waardoor ze over het algemeen sterk gericht zijn op elkaar en moeite hebben om van elkaar gescheiden te zijn. Een sprekend voorbeeld van incomplete differentiatie is de situatie waarin een tweelingkind zijn eigen spiegelbeeld niet kan onderscheiden van dat van zijn identieke co-twin en het idee heeft dat de ander naar hem terug staart. Een ander voorbeeld is de situatie waarin de kinderen steevast antwoord geven voor elkaar. Naarmate de kinderen ouder worden en geleidelijk los komen van elkaar, zullen zij zich meer van elkaar gaan onderscheiden en de eigen identiteit verder ontdekken.

Bij sommige tweelingen ontstaat er een conflict tussen het nodig hebben van de ander en de wens om zich te differentiëren, en zich dus te onderscheiden van de ander. Als een tweelingkind niet goed kan loskomen van de co-twin (of de moeder) en er sprake is van een zogenaamde symbiotische relatie, kunnen er problemen ontstaan. Bij een symbiotische relatie lukt het niet om van de ander los te komen en op eigen benen te staan, waardoor het kind in bepaalde opzichten afhankelijk is van de ander. Deze kinderen hebben bijvoorbeeld meer last van scheidingsangst en ook hebben zij er moeite mee om onderscheid te maken tussen eigen gedachten, gevoelens en gedrag, en die van de ander. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de situatie dat het ene kind zich bezeert waarna het andere kind gaat huilen of de situatie waarin ze antwoord geven voor elkaar. Een dergelijke symbiotische relatie, belemmert de identiteitsontwikkeling waaronder de vorming van het ego (de eigen ik). Er kan dan bijvoorbeeld een patroon ontstaan waarbij het ene kind bepaalt hoe het andere kind zich gedraagt. Deze situatie is voor geen van beide kinderen aangenaam: de één heeft de oncontroleerbare drang om voor de ander te bepalen en de ander maakt geen eigen keuzes en laat voor zich beslissen.

Ook zijn er tweelingen die, meestal geheel intuïtief, een ‘taakverdeling’ hebben gemaakt waarmee ze als koppel prima kunnen functioneren. Zo doet bijvoorbeeld de één de regie en voert de ander het woord of eist de één alle aandacht op terwijl de ander stilletjes op de achtergrond aanwezig blijft.

Koppelvorming
Een typisch kenmerk van de identiteitsontwikkeling bij tweelingen is het bestaan van een gezamenlijke identiteit (‘Twin Identity ‘)waarbij de individuele identiteit van de kinderen nog niet volledig is ontwikkeld. Het ontstaan van een Twin Identity hangt zowel samen met de manier waarop de omgeving op de tweeling reageert als het gedrag van de tweeling zelf.

Met name gedurende de eerste levensjaren wordt het tweeling-zijn door buitenstaanders vaak als ‘schattig’ bestempeld en ervaren tweelingkinderen dat ze aandacht krijgen door zich als tweeling te presenteren, met behulp van kleding of gedrag. Het zogenaamde Prima Donna Effect waarbij tweelingkinderen met hun gedrag en uiterlijke verschijning dit soort aandacht proberen op te roepen, is een manier waarop tweelingkinderen de Twin Identity vormgeven. Naarmate de kinderen ouder worden en zij meer ervaringen op doen los van elkaar, zullen de kinderen hun eigen identiteit verder ontwikkelen en zal de Twin Identity geleidelijk naar de achtergrond verdwijnen.

Rol van de opvoeding
De meeste tweelingouders zijn als eenling opgegroeid en hebben geen voorbeeld gehad in het omgaan met tweelingen. In hun ideeën en percepties over tweelingen worden ze in grote mate gevoed door heersende opvattingen in de maatschappij, waarbij in deze tijd vooral de nadruk wordt gelegd op individualisatie en differentiatie. Wellicht is de huidige opvatting dat tweelingen zich het beste ontwikkelen door een individuele benadering vooral een reactie op de koppelbenadering uit het verleden en ligt de waarheid ergens in het midden. Misschien kunnen tweelingen zich pas optimaal ontwikkelen als ze zowel aparte individuen als tweeling mogen zijn.

Een dilemma waar veel meerlingouders mee worstelen, is dat ze enerzijds aandacht willen hebben voor de onderlinge verschillen tussen de kinderen en dat ze tegelijkertijd geen onderscheid willen maken en de kinderen een gelijke behandeling willen geven. Zo worden tweelingouders bijvoorbeeld al direct na de geboorte geconfronteerd met de afweging of ze de kinderen apart of tegelijk zullen voeden en laten slapen. Praktische afwegingen zoals ruimtegebrek of tijdsbesparing zijn in zo’n geval vaak doorslaggevend voor de keuze die ouders hierin maken. Gedurende de opvoeding worden tweelingouders steeds opnieuw geconfronteerd met de vraag of zij hun kinderen hetzelfde of verschillend zullen benaderen.

Wat betreft kledingkeuze vragen ouders zich bijvoorbeeld af of ze er goed aan doen om hun kinderen dezelfde (of soortgelijke) kleding te laten dragen. Een belangrijke reden voor ouders om hun kinderen hetzelfde te kleden en hiermee het tweeling-zijn te benadrukken, is dat zij trots zijn op het feit dat ze een tweeling hebben. Vanuit de omgeving wordt hier wel eens afkeurend op gereageerd, omdat men vaak denkt dat deze vorm van gelijke behandeling niet goed zou zijn voor de ontwikkeling van de kinderen. Vooral voor één-eiige tweelingen, die vaak sprekend op elkaar lijken, kan het dragen van gelijke outfits het gevoel versterken dat ze een koppel moeten zijn in plaats van twee aparte individuen. De meeste ouders kiezen ervoor om na verloop van tijd de kledingkeuze van de kinderen meer af te stemmen op de onderlinge verschillen tussen de kinderen, zoals verschillen in karakter die steeds beter zichtbaar worden (bijvoorbeeld de één ‘stoer’ en de ander ‘schattig’). Het ontwikkelen van een eigen kledingstijl kan een manier zijn om uiting te geven aan de eigen identiteit.

Daan en Lars

Daan en Lars

Een ander belangrijk onderwerp tijdens de opvoeding, is de kwestie van het samen of apart naar school gaan. Veel ouders worstelen met de vraag hoe hun kinderen zich op school het beste kunnen ontwikkelen en in hoeverre het samen naar school gaan de ontwikkeling belemmert. Alhoewel hier geen eenduidig antwoord op te geven is vanwege de verschillen tussen kinderen (en ouders), is het vanwege de tweelingrelatie in veel gevallen wenselijk om tweelingen niet direct te scheiden bij aanvang van de basisschoolperiode (zie artikel ‘tweelingen en school’). Doordat de identiteitsontwikkeling bij tweelingen anders verloopt dan bij eenlingen en zij vaak wat meer tijd nodig hebben om los van elkaar te functioneren, is een geforceerde scheiding niet altijd even bevorderlijk voor de ontwikkeling van de kinderen.

Gevolgen voor later
Een belangrijke reden om goed na te denken over de opvoeding van tweelingen en de impact die dit kan hebben op de onderlinge relatie tussen de kinderen, is de mogelijke invloed die dit heeft op het functioneren in de maatschappij, ook op latere leeftijd. De tweelingrelatie wordt soms gezien als een exclusieve relatie die het aangaan van nieuwe hechte relaties in de weg zou staan. Tegelijkertijd is de gehechtheid die tweelingen in de tweelingrelatie hebben ervaren, waarbij de co-twin precies wist in te spelen op de behoeften van de ander, een ervaring waar veel eenlingen hun leven lang naar blijven zoeken.

Een hechte relatie met de co-twin hoeft echter niet noodzakelijk ten koste van relaties met anderen te gaan. Zo is er bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de verschillen tussen eenlingen en tweelingen op het gebied van huwelijksrelaties en gebleken is dat tweelingen zelfs vaker getrouwd waren dan eenlingen en wat betreft het aantal jaren dat ze getrouwd of gescheiden waren, bleek er geen verschil te bestaan. In hun partnerkeuze worden de meeste tweelingen wel beïnvloed door de relatie met de co-twin. Sommige tweelingen gaan op zoek naar een partner met vergelijkbaar karakter, of zoeken bij een partner een vergelijkbaar hechte relatie.

Vaak wordt de tweelingsituatie gezien als een belemmering voor de ontwikkeling (risico voor taal- of sociaal-emotionele ontwikkeling), maar wat betreft sociaal gedrag is juist gebleken dat bepaalde eigenschappen bij tweelingen vaak beter zijn ontwikkeld dan bij eenlingen. Zo zijn tweelingen over het algemeen beter in staat om begrip te tonen, kunnen ze zich vaak beter inleven in anderen, vertonen ze meer hulpvaardigheid en ondernemen ze meer gezamenlijke activiteiten. Deze eigenschappen die bij tweelingen vermoedelijk beter zijn ontwikkeld door de tweelingsituatie waarin ze zijn opgegroeid, komen goed van pas bij het aangaan van nieuwe relaties.

Aanbevelingen
Voor ouders van meerlingen die een hechte relatie met elkaar hebben, is er dus over het algemeen geen reden to zorg. De meeste meerlingen vinden vanzelf hun eigen weg en doen dat bij voorkeur op hun eigen manier. Ouders kunnen hierbij ondersteunen door de juiste voorwaarden te creëren en door de kinderen te stimuleren eigen keuzes te maken, maar het hoeft niet geforceerd te worden. De mate waarin en de manier waarop verschilt uiteraard per meerling. Wat voor het ene kind goed is, heeft het andere kind misschien niet nodig. Zolang er maar voldoende aandacht is voor de meerling, zowel voor de kinderen als aparte individuen als voor de meerlingrelatie. Want hoe je het ook wendt of keert, de meerlingrelatie blijft een bijzondere relatie.

Literatuur:

Bacon, K. (2005). ‘It’s good to be different’: Parent and child Negotiations of ‘Twin’ Identity. Twin Research and Human Genetics, Vol. 9, number 1.

Penninkilampi-Kerola, V. e.a. (2005). Co-twin dependence, social interactions, and academic achievement: A population-based study. Journal of Social and Personal Relationships.

Preedy, P.(2006): http://www.twinsandmultiples.org/preschool/p4a.htm

Sandbank, A.C. (1999). Twin and Triplet Psychology: A Professional Guide to Working with Multiples. London: Routledge.

Stewart, E.A. (2000) Exploring Twins:Towards a Social Analysis of Twinship. London: Macmillan.


Geef een reactie

Een gedachte over “De meerlingrelatie