Meerlingrelatie
door Sandra van Zutphen, student HBO Maatschappelijk Werk en Dienstverlening

1. Hoe bent u op het idee gekomen om via Twinspiratie kennis over tweelingen uit te dragen naar tweelingouders, professionals en andere geïnteresseerden?
 
Toen ik in 2003 zelf een tweeling kreeg en op zoek ging naar informatie over de opvoeding en ontwikkeling van tweelingen, merkte ik dat er in Nederland weinig bruikbare informatie te vinden was. In het kader van mijn afstuderen (pedagogische wetenschappen, UvA, 2006) heb ik me verdiept in tweelingstudies gericht op taalontwikkeling. Veel kennis die voortkomt uit tweelingenonderzoek blijft in de wetenschappelijke hoek hangen en zodoende kwam ik op het idee om artikelen te gaan schrijven om deze kennis voor een breder publiek toegankelijk te maken. Ik heb twinspiratie.nl opgezet om met mijn artikelen andere tweelingouders te inspireren. Je kunt twinspiratie.nl zien als online opvoedingsondersteuning voor tweelingouders.

2. Wat doet Twinspiratie, om het doel (kennis over tweelingen uitdragen naar tweelingouders, professionals en andere geïnteresseerde) na te streven?
 
Ik schrijf artikelen voor twinspiratie.nl over diverse onderwerpen en ik organiseer lezingen en workshops voor ouders en professionals. Ook ben ik nu bezig met het opzetten van  twinsvideoblog.nl. Op deze website plaats ik korte filmpjes en stukjes tekst die ingaan op vragen van tweelingouders. Voor de Nederlandse Vereniging voor Ouders van Meerlingen heb ik diverse artikelen, brochures en een handboek voor meerlingouders geschreven.

3. Wat houdt volgens u een individuele identiteitsontwikkeling in?
 
Identiteitsontwikkeling is het proces van het ontdekken van de eigenheid: wie ben ik? wat kan ik? Wat wil ik zijn? Het vormen van een eigen identiteit vindt plaats tijdens de adolescentie-fase (12-18 jaar). 
 
De term individuele identiteitsontwikkeling vind ik niet op zijn plaats, want dit impliceert dat een tweeling ook een gezamenlijke identiteit heeft en dat is niet zo. Je leest wel eens over 'de identiteit van de tweeling', maar ik zou er eerder voor kiezen om het te hebben over 'de identiteit van het tweelingkind'. Tweelingkinderen zijn twee aparte individuen met elk hun eigen identiteit. Als tweelingkinderen veel op elkaar lijken, kunnen de identiteiten veel overeenkomsten vertonen. Ook komt het wel eens voor dat tweelingen die veel op elkaar lijken, elkaar als identificatiefiguur gaan gebruiken. Meestal is dit tijdelijk en levert dit geen problemen op voor het vormen van de eigen identiteit. 

4.Wat is het verschil tussen de identiteitsontwikkeling van een eenling en een tweeling?
 
Ik wil het nog even hebben over de terminologie. Bij een tweeling worden de termen 'identiteit' en 'individualiteit' vaak met elkaar verward. De individuatie, het proces van het op eigen benen gaan staan, verloopt bij een tweeling anders dan bij een eenling. Normaal gesproken vindt de individuatie plaats gedurende de eerste levensjaren, maar bij een tweeling duurt dit proces vaak wat langer. Dat komt doordat tweelingen niet alleen moeten loskomen van hun moeder, maar ook van elkaar. Je kunt hierover meer informatie vinden op mijn website.
 
Zolang tweelingkinderen nog niet volledig van elkaar zijn losgekomen, blijft er een bepaalde vorm van afhankelijkheid bestaan. Deze afhankelijkheid kan een belemmering vormen voor de ontwikkeling van de eigen identiteit van de kinderen (of één van beide), maar dan heb ik het dus over de adolescentie-fase. Normaal gesproken zijn tweelingkinderen tegen die tijd al voldoende geïndividualiseerd. 
 
Tweelingkinderen zullen zich namelijk geleidelijk van elkaar gaan losmaken. Het is ook belangrijk dat tweelingkinderen leren om onderscheid te maken tussen hun eigen gedachten en gevoelens en dat van de ander, en dat ze leren te luisteren naar hun eigen behoeften. Ouders kunnen hierbij een ondersteunende rol spelen. Het is voor veel ouders best lastig om te bepalen hoe ze dit het beste kunnen doen. Dan heb ik het dus over vragen zoals: Samen of apart naar school? Dezelfde of aparte clubjes? Samen of apart slapen?
 
Ik denk dat je dit soort dingen niet teveel moet forceren en dat je in eerste instantie moet afgaan op wat de kinderen zelf aangeven. Over het algemeen geven tweelingkinderen zelf wel aan wanneer ze toe zijn aan meer ruimte voor zichzelf. Je kunt hierbij afgaan op de manier waarop de kinderen met elkaar omgaan. Hebben ze nog veel behoefte aan elkaars veiligheid, maar geven ze elkaar ook voldoende ruimte? Dan zie ik geen reden om de kinderen van elkaar te scheiden. Als de kinderen tijdens de basisschoolperiode nog veel steun bij elkaar zoeken, hoeft dit niet automatisch te betekenen dat ze identiteitsproblemen gaan ontwikkelen. En vrijwel altijd zie je dat tweelingkinderen geleidelijk steeds meer afstand van elkaar gaan nemen. Dit is een heel natuurlijk proces. 

5. Wat voor problemen kunnen zich allemaal voordoen op het gebied van de individuele identiteitsontwikkeling van een tweeling?
 
Ik wil eerst even opmerken dat er in de meeste gevallen op dit vlak geen problemen ontstaan. Dit betekent niet dat tweelingkinderen geen hinder ondervinden bij het ontdekken van hun eigen identiteit. Natuurlijk verloopt de identiteitsontwikkeling van een tweelingkind niet altijd zonder problemen. Maar dit geldt eigenlijk net zo goed voor eenlingen. Dus als een tweelingkind er moeite mee heeft om zijn eigen identiteit te ontdekken, wil dit niet altijd zeggen dat dit veroorzaakt wordt door het tweeling-zijn.
 
Bij het ontdekken van de eigen identiteit is het voor een tweelingkind heel normaal dat het zich aan de co-twin gaat spiegelen. De co-twin is een belangrijk ijkpunt voor een tweelingkind. Bij tweelingen is er vanzelfsprekend continu sprake van onderlinge vergelijking. 
 
Naarmate de kinderen ouder worden, zullen de onderlinge verschillen steeds groter worden. Soms worden de verschillen tussen de kinderen groter gemaakt dan dat ze daadwerkelijk zijn, door de ouders of door de kinderen zelf, zodat de kinderen zich beter van elkaar kunnen onderscheiden. Dit hoort natuurlijk bij het zoeken naar een eigen identiteit. 
 

Het is belangrijk om er goed op te letten welke eigenschappen echt bij het kind horen en ook is het belangrijk om ervoor te zorgen dat de onderlinge verschillen niet overbenadrukt worden. Eeneiige tweelingen zijn genetisch identiek en twee-eiige tweelingen delen gemiddeld 50% van hun genen. Het is dus niet zo vreemd als tweelingkinderen veel overeenkomsten vertonen. Voor het vormen van de eigen identiteit is het van belang dat de kinderen ervaren dat ze mogen zijn wie ze zijn, met overeenkomsten èn verschillen.

 

Als de onderlinge verschillen in ontwikkeling erg groot zijn, of als het ene kind het altijd net iets beter doet dan het andere kind (bijvoorbeeld op school), kan dit minderwaardigheidsgevoelens oproepen. Ook verschillen in persoonlijkheid kunnen problemen veroorzaken, bijvoorbeeld als het ene kind meer op de voorgrond treedt en hiermee de aanwezigheid van de ander overschaduwt. Dit soort problemen kunnen de ontwikkeling van de eigen identiteit beinvloeden.  

6. Waardoor en op wat voor manier kan de zoektocht naar een ‘eigen identiteit’ van een tweeling volgens u beïnvloed worden?
 
Hoe de identiteitsontwikkeling van een kind verloopt, is afhankelijk van verschillende factoren. Er is altijd sprake van een wisselwerking tussen het kind en zijn omgeving: je hebt enerzijds te maken met het karakter van het kind en anderzijds speelt de opvoeding een rol. Bij een tweeling kun je het tweeling-zijn als een omgevingsinvloed zien: de aanwezigheid van de co-twin is een belangrijk onderdeel van de omgeving waarin het tweelingkind opgroeit. 
 
Ik denk dat het belangrijk is dat ouders zich bewust zijn van de invloed van het tweeling-zijn op de ontwikkeling van de kinderen. Het is voor tweelingouders best lastig om te bepalen hoe je een tweeling het beste kunt begeleiden bij het ontwikkelen van hun identiteit. Elke tweeling is natuurlijk anders en hierdoor is het lastig om ouders standaardadviezen te geven. Maar door op zoek te gaan naar informatie en zo nodig een deskundig advies te vragen, kunnen ouders in veel gevallen antwoord vinden op de meeste vragen op dit vlak. 
 
Sommige ouders nemen al op jonge leeftijd voorzorgsmaatregelen, bijvoorbeeld door de kinderen aparte slaapkamers te geven of door ze op school te scheiden. Je leest ook vaak dat je tweelingen beter niet hetzelfde kunt kleden of dat het niet goed zou zijn als ze dezelfde soort naam hebben. Ik denk dat deze dingen niet zoveel uitmaken, althans zeker niet de eerste levensjaren. 
 
Hiermee wil ik natuurlijk niet zeggen dat de keuzes die ouders maken geen enkele invloed hebben, want ik denk dat de opvoeding wel degelijk een rol speelt. Maar ik denk dat het veel meer te maken heeft met de omgang tussen ouders en kinderen. Als tweelingouder zul je ervoor moeten zorgen dat beide kinderen voldoende ruimte krijgen om hun eigenheid te ontdekken. Dit kun je doen door de kinderen kennis te laten maken met verschillende hobby's, of door ze op een bepaald moment een eigen slaapkamer te geven. Ook is het goed om regelmatig met de kinderen apart wat te gaan doen. Veel tweelingkinderen vinden het fijn om samen te zijn, maar het is ook nodig dat de kinderen zo nu en dan apart aandacht krijgen. De afwezigheid van de co-twin kan op een bepaalde manier rust geven, zowel voor het kind als voor de ouder. Het blijft natuurlijk ook belangrijk dat ouders oog hebben voor de signalen die hun kinderen zelf afgeven. 

7. Door wie zou volgens u de individuele identiteitsontwikkeling van een tweeling gestimuleerd kunnen worden?
 
Uiteraard spelen de ouders een grote rol in dit verhaal. Ik zie dit als een belangrijk onderdeel van de opvoeding.

8. Wat voor hulpverlening is er op het moment voor tweelingen en wat vindt u daarvan?
 
Voor zover ik weet is er geen bijzondere hulpverlening voor tweelingen. Deze doelgroep is gewoon te klein. Het aantal kinderen of jongvolwassenen met specifieke tweelingproblemen is niet zo groot en in de meeste gevallen kan volstaan worden met het reguliere hulpaanbod. Het komt natuurlijk wel eens voor dat (met name eeneiige) tweelingen, of één van beide, met identiteitsproblemen blijft zitten. In zo'n geval zou ik adviseren om op zoek te gaan naar een goede psychotherapeut die ervaring heeft met identiteitsproblemen in het algemeen.

9. Hoeveel belangstelling is er voor alle informatie en kennis die u via Twinspiratie aanbiedt over tweelingen?
 
Mijn website wordt geregeld bezocht met dagelijks rond de 50 unieke bezoekers. Wekelijks krijg ik per e-mail vragen binnen van tweelingouders of professionals (en studenten) die advies willen of meer informatie zoeken over een bepaald onderwerp. Afhankelijk van het soort vraag, geef ik per e-mail een reactie of zoek ik telefonisch contact. Als het een onderwerp betreft dat ook voor andere ouders interessant is, schrijf ik hierover een nieuw artikel dat ik op twinspiratie plaats. Ook maak ik wel eens voor ouders een beloningssysteem dat specifiek is toegepast op de betreffende tweeling, bijvoorbeeld om de omgangsvaardigheden tussen de kinderen te vergroten. 

 

Daarnaast word ik regelmatig gevraagd door verschillende organisaties (Nederlandse Vereniging voor Ouders van Meerlingen, consultatiebureau's, kraamzorg) om een lezing of workshop te geven over de opvoeding en ontwikkeling van tweelingen. Je merkt dat er veel behoefte is aan duidelijke informatie. Ouders hebben veel vragen. Ze vinden het vaak lastig om te bepalen of ze hun gevoel of juist hun verstand moeten volgen, vooral als het over dit onderwerp gaat. Het wordt tweelingouders vaak aangepraat dat ze hun kinderen het beste zo vroeg mogelijk uit elkaar kunnen halen, terwijl het gevoel van ouders vaak het tegenovergestelde zegt. Dit blijft voor veel ouders een lastig dilemma.   


10. Wat zou het maatschappelijk werk volgens u voor rol kunnen spelen in de hulpverlening aan tweelingen?
 
Het zou goed zijn als professionals hun kennis over tweelingen zouden uitbreiden. Dit geldt eigenlijk voor alle professionals die met tweelingen te maken hebben. Om te beginnen zou het goed zijn als het onderwerp 'Tweelingen' een standaardonderdeel wordt van het curriculum van alle Pabo's en andere beroepsopleidingen. En tot die tijd kunnen professionals online hun kennis over tweelingen uitbreiden. Met vragen kunnen ze ook altijd terecht op twinspiratie.nl of twinsvideoblog.nl.
 

Aanbevolen literatuur:
Bacon, K. (2005). 'It's good to be different': Parent and child Negotiations of 'Twin' Identity. Twin Research and Human Genetics, Vol. 9, number 1.
Koch, H.L (1966). Twins and twin relations. The University of Chicago Press, Chicago
Penninkilampi-Kerola, V. e.a. (2005). Co-twin dependence, social interactions, and academic achievement: A population-based study. Journal of  Social and Personal Relationships.
Rutter, M. & Redshaw, J. (1991). Annotation: Growing up as a Twin: Twin-Singleton Differences in Psychological Development. Journal of Child Psychology and Psychiatry, Vol. 32, 885-895
Sandbank, A.C. (1999). Twin and Triplet psychology- a professional guide to working with multiples. London en New York: Routledge
Stewart, E.A. (2000) Exploring Twins:Towards a Social Analysis of Twinship. London: Macmillan
Tweelingkinderen worden met elkaar vergeleken. Door hun ouders, familie en vrienden, en later ook op school. Het is ook logisch dat dit gebeurt. Kinderen van dezelfde leeftijd worden altijd met elkaar vergeleken. En broertjes en zusjes trouwens ook. We vinden het nou eenmaal leuk en interessant om te zien in hoeverre kinderen op elkaar lijken.
Wat betekent het voor een kind om meerling te zijn? En in hoeverre wordt de ontwikkeling van een meerlingkind door het meerling zijn belemmerd of misschien juist wel bevorderd? Het is bekend dat de ontwikkeling van meerlingkinderen in bepaalde opzichten anders verloopt dan bij eenlingen. Dit komt doordat meerlingkinderen opgroeien in een situatie waarin ze veel samen zijn en ze de aandacht van de ouders moeten delen. Dat moeten gewone broertjes en zusjes natuurlijk ook, maar een belangrijk verschil is dat meerlingen op hetzelfde moment dezelfde soort aandacht nodig hebben. Ze zitten namelijk in dezelfde ontwikkelingsfase. Daarnaast hebben de meeste meerlingen een hechte band met elkaar. Dit heeft gevolgen voor de manier waarop de kinderen zich ontwikkelen.

Een belangrijk verschil tussen eenlingen en tweelingen (of drielingen) is het bestaan van een zogenaamde tweelingrelatie. Er is sprake van een speciale relatie ook wel aangeduid met de term 'twin or multiple relation' en de onderlinge band kan hechter zijn dan de band die de kinderen met de ouders hebben.

Als er wordt gesproken over dominantie bij tweelingen dan doelt men op de situatie waarin het ene kind bepaalt hoe het andere kind zich gedraagt. Met andere woorden 'de baas spelen'. Bij sommige tweelingen is er duidelijk sprake van dominantie, waarbij het ene kind in grote mate het gedrag van de ander probeert te beinvloeden. De mate waarin er sprake is van dominantie, verschilt echter per tweeling. Ook komt het vaak voor dat de kinderen afwisselend dominant zijn (een tijdje het ene kind en een paar maanden later de ander). Daarnaast kan het per situatie verschillen, bijvoorbeeld het ene kind is thuis dominant en de ander op school.

De identiteitsonwikkeling bij tweelingen verloopt anders dan bij eenlingen. Vaak wordt gedacht dat tweelingen extra gestimuleerd moeten worden om verschillende keuzes te maken, zodat ze zich van elkaar kunnen differentieren. Ze zouden anders teveel op elkaar gaan lijken en op latere leeftijd mogelijk identiteitsproblemen ontwikkelen.
Er bestaan verschillende typen tweelingen. Er kan onderscheid worden gemaakt op basis van  zygositeit en op basis van geslacht. Monozygote (MZ) tweelingen zijn een-eiig en dizygote (DZ) tweelingen zijn twee-eiig. Same-sex twins hebben hetzelfde geslacht en opposite-sex twins hebben een verschillend geslacht. Opposite-sex twins zijn altijd twee-eiig, omdat een jongen en een meisje niet uit dezelfde bevruchte eicel kunnen komen, terwijl same-sex twins zowel één- als twee-eiig kunnen zijn. Van alle tweelingen is ongeveer een derde één-eiig en twee derde twee-eiig. Van alle twee-eiige tweelingen is ongeveer de helft same-sex en de helft opposite-sex.

Een belangrijk verschil tussen eenlingen en meerlingen is het bestaan van een zogenaamde meerlingrelatie. Er is sprake van een speciale relatie ook wel aangeduid met de term 'twin or multiple relation' en de onderlinge band kan hechter zijn dan de band die de kinderen met de ouders hebben.