Zygositeitsbepaling en het belang daarvan PDF Afdrukken E-mail


Er wordt vaak gedacht dat één-eiige tweelingen als twee druppels op elkaar lijken en dat twee-eiige tweelingen in uiterlijk verschillen, net als gewone broers en zussen dat doen. Toch is dit niet altijd waar. Alhoewel de erfelijke basis van één-eiige tweelingen gelijk is, kunnen ze er toch verschillend uitzien. Er zijn natuurlijk altijd kleine verschillen in lichaamsgrootte, gewicht en karaktertrekken en deze verschillen worden soms teveel belicht waardoor ouders gaan twijfelen. En sommige twee-eiige tweelingen lijken zoveel op elkaar, dat ouders denken dat hun tweeling toch één-eiig is. Ook komt het regelmatig voor dat ouders na de geboorte verkeerde informatie hebben gekregen. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 5-10% van de ouders een onjuist idee heeft. Het komt vaker voor dat ouders ten onrechte denken dat hun tweeling twee-eiig is dan dat ze ten onrechte denken dat hun tweeling één-eiig is.

 

Tweelingouders krijgen regelmatig de vraag of ze een één-eiige of twee-eiige tweeling hebben. Soms is overduidelijk te zien dat een tweeling twee-eiig is, bijvoorbeeld als het ene kind blauwe ogen heeft en het andere kind bruine of als het om een jongen-meisje tweeling gaat. Maar als de kinderen veel op elkaar lijken en de zygositeit onbekend is gebleven, blijven ouders soms twijfelen.

In de meeste gevallen is er geen directe aanleiding om de zygositeit te laten onderzoeken, waardoor het onzeker kan blijven of de kinderen genetisch identiek zijn. Toch zijn er een aantal goede redenen te bedenken waarom het wel van belang is om hier duidelijkheid over te hebben. De Counsil of Organisation of Multiple Births (COMBO) kwam in 1998 met de 'Declaration of Rights and Statement of Needs of Twins and Higher Order Multiples'. Hierin staat beschreven waarom het belangrijk is dat de zygositeit van een meerling bekend is. De argumentatie is gebaseerd op medische, persoonlijke en wetenschappelijke gronden.


Argumenten voor correcte zygositeitsbepaling:



Medisch

Vanwege de overerving van erfelijke ziekten is het belangrijk om te weten of de kinderen genetisch identiek zijn. Als bij één van de kinderen een erfelijke aandoening wordt geconstateerd, kan kennis over de zygositeit inzicht geven met betrekking tot de prognose bij de ander. Ook zijn één-eiige tweelingen perfecte partners als het gaat om orgaantransplantaties, omdat er geen risico is op afstoting van het overgeplante orgaan.

Persoonlijk

Het is belangrijk dat meerlingkinderen zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandig functionerende individuen. De omgeving reageert soms anders op tweelingen dan op eenlingen. De neiging bestaat om de gelijkenissen te benadrukken en eventuele verschillen te negeren. Maar ook komt het voor dat er juist teveel nadruk wordt gelegd op kleine verschillen. In beide gevallen wordt afbreuk gedaan aan de eigenheid van de kinderen. Doordat er bij één-eiige tweelingen sprake is van grotere gelijkenissen en een grote verbondenheid, hebben ze soms wat meer hulp nodig om te ontdekken wie ze zelf echt zijn.

Wetenschappelijk

Wetenschappelijk onderzoek bij tweelingen heeft al veel kennis opgeleverd op het gebied van erfelijkheidsleer. Om te kunnen onderzoeken wat de relatieve invloed is van erfelijke factoren en die van omgevingsfactoren, is het noodzakelijk om een vergelijking te maken tussen één-eiige en twee-eiige tweelingen. Hiervoor is correcte kennis van de zygositeit een vereiste.

 
 

(Derom, C. in Boomsma, 2008)



Vaststellen van de zygositeit

Er bestaan verschillende manieren om de zygositeit van een tweeling vast te stellen. Direct na de geboorte (of tijdens de zwangerschap) kun je door middel van inspectie van de placenta over het algemeen goed zien of er sprake is van gedeelde of aparte vruchtvliezen. Als er sprake is van gedeelde vruchtvliezen dan weet je zeker dat de tweeling één-eiig is. Tweelingen die aparte vruchtvliezen hebben, zijn meestal twee-eiig (maar kunnen ook één-eiig zijn). Als ook na de geboorte onduidelijkheid blijft bestaan over de zygositeit van de kinderen kan er met behulp van een zygositeitsschema meer duidelijkheid worden verkregen, al geeft dit geen absolute zekerheid. Om volledige zekerheid te krijgen, kun je tegenwoordig een DNA-onderzoek laten uitvoeren.

Inspectie van de placenta

Het is belangrijk om direct na de geboorte de placenta te laten nakijken, omdat dan kan worden vastgesteld of er sprake is van gedeelde of gescheiden vruchtvliezen. De vruchtvliezen bestaan uit een binnenste en buitenste vruchtzak. Twee-eiige tweelingen hebben altijd aparte binnen- en buitenvliezen en aparte placenta's (een zogenaamde dichoriale zwangerschap). Wel kunnen de placenta's met elkaar vergroeid zijn, waardoor het lijkt op een grote gedeelde placenta.

De meeste één-eiige tweelingen (65%) hebben een gezamenlijk buitenste vruchtvlies met daarin twee aparte vruchtzakken (monochoriaal-diamniotisch), maar het komt ook regelmatig voor (32%) dat ze aparte binnen- en buitenvliezen hebben (dichoriaal) . In sommige gevallen (3%) hebben ze een gezamenlijk buitenvlies en een gezamenlijk binnenvlies (monochoriaal- monoamniotisch). Meer uitleg hierover kun je vinden op de website twinspiratie.nl

Of de vruchtvliezen al dan niet gedeeld worden is afhankelijk van het tijdstip waarop de bevruchte eicel zich heeft gesplitst. Als de splitsing in de eerste 3 of 4 dagen heeft plaatsgevonden, zijn er aparte binnen- en buitenvliezen. In de meeste gevallen zal de bevruchte eicel zich tussen 4 en 8 dagen na bevruchting splitsen, waarna er een gedeelde buitenste vruchtzak ontstaat en in een enkel geval ook een gedeelde binnenzak.

Met behulp van echografie kan vroeg in de zwangerschap (tot ongeveer 14 weken) worden vastgesteld of de kinderen een gezamenlijk buitenste vlies hebben. Ook kan direct na de geboorte worden gekeken hoe de vruchtvliezen eruit zien. Wel is het van belang dat er zorgvuldig wordt gekeken. Soms zijn de twee placenta's zodanig met elkaar vergroeid dat er ten onrechte wordt gedacht dat er sprake is van een één-eiige tweeling. Ook medisch personeel kan zich natuurlijk wel eens vergissen.

Zygositeitsschema

Bij grootschalig wetenschappelijk onderzoek wordt er meestal gebruik gemaakt van een indeling in zygositeit op basis van de informatie die ouders geven. Onderstaand schema is een voorbeeld van een dergelijke methode. Weliswaar is de betrouwbaarheid van deze methode minder groot dan bij DNA onderzoek, toch wordt er met behulp van dit schema een goede indicatie gegeven.

Zygositeitsschema

 

Gelijkenis in:

Veel gelijkenis

Weinig of geen gelijkenis

Onduidelijk

Lengte

Gewicht

Gelaatsuitdrukking

Kleur ogen

Haarkleur

Huidtype

Persoonlijkheid

 

 

 

totaal:

 

 

 

vragen:

ja

nee

opmerkingen

Lijken ze op elkaar als twee druppels water?

Haalt de moeder ze wel eens door elkaar?

Haalt de vader ze wel eens door elkaar?

Zijn er familieleden die zich wel eens vergissen?

Kunnen vreemden ze van elkaar onderscheiden?



 

Was er een gedeelde placenta?

Hebben ze dezelfde bloedgroep?



 

totaal:



 

conclusie:

één-eiig

meer-eiig

onduidelijk

(Preedy, P., www.twinsandmultiples.org)







DNA-onderzoek

Ouders die zekerheid willen over de zygositeit van hun meerling zijn genoodzaakt een DNA-onderzoek te laten uitvoeren. De kosten die hieraan verbonden zijn, liggen momenteel rond de 250 euro en om die reden zien de meesten daarvan af. Bij sommige meerlingen die staan ingeschreven bij het Nederlands Tweelingen Register wordt er een DNA-test uitgevoerd als onderdeel van het onderzoek waar zij aan deelnemen, maar dit geldt slechts voor een kleine geselecteerde groep meerlingen.

Ouders die willen meewerken aan landelijk onderzoek bij meerlingen kunnen informatie vinden en zich aanmelden bij het Nederlands Tweelingen Register via de website www.tweelingenregister.org of per telefoon 020-5988787. Ook is het NTR op zoek naar oudere (volwassen) meerlingen.

 



Referenties:

Counsil of Organisation of Multiple Births (COMBO). Declaration of Rights and Statement of Needs of Twins and Higher Order Multiples. Twin Research 1 (1998), 52-55

Derom, C. Een- of twee-eiig? Zygositeitsbepaling en het belang daarvan. In Boomsma, D.I. (2008).Tweelingenonderzoek. Wat meerlingen vertellen over de mens. VU Uitgeverij, Amsterdam

http://www.tweelingenregister.org/nederlands/twinfos/1999_van_twee_naar_eeneiig.html

http://www.twinsandmultiples.org/







Laatst geupdate op ( maandag 07 december 2009 )
 
< Vorige   Volgende >