| Inleiding onderzoek |
|
|
|
|
De interesse in tweelingen als onderzoeksgroep bestaat al sinds het begin van de twintigste eeuw. Onderzoek bij tweelingen was vooral bedoeld om inzicht te krijgen in de relatieve invloed van aanleg en omgevingsfactoren op groei en ontwikkeling.
Tweelingen vormen wereldwijd een inspiratiebron voor vele wetenschappers uit diverse richtingen. In 1987 heeft de Vrije Universiteit in Amsterdam het Nederlands Tweelingen Register (NTR) opgezet en inmiddels staan er 35.000 tweelingen (en grotere meerlingen) ingeschreven. Door het centraal registreren van tweelingen is de mogelijkheid ontstaan om allerlei gegevens te verzamelen over tweelingen. Zo bestaat er inzicht in de demografische gegevens (aantal tweelingen, type tweeling, geslacht, woonomgeving, leeftijd van de ouders, etc.) en kan er met behulp van dit databestand wetenschappelijk onderzoek worden gedaan. Wetenschappelijk onderzoek bij tweelingen kan worden verdeeld in drie richtingen: onderzoek naar de zwangerschap en bevalling bij tweelingen, erfelijkheidsonderzoek en onderzoek naar tweelingspecifieke kenmerken (verschil tussen eenlingen en tweelingen). Onderzoek naar de zwangerschap en bevalling bij tweelingenEr worden meer tweelingen geboren dan de meeste mensen denken (ongeveer 1 op de 60 bevallingen is een twee- of meerling). De laatste jaren is er een duidelijke stijging in het aantal tweelingen. De belangrijkste reden hiervoor is dat Nederlandse vrouwen op steeds latere leeftijd kinderen krijgen. Door vernieuwde inzichten met betrekking tot kunstmatige bevruchting is het percentage meerlingen gedaald. De kans dat er tijdens een tweelingzwangerschap of bevalling iets mis gaat is vele malen groter dan bij een eenling. Dankzij wetenschappelijk onderzoek en innovaties in de medische zorg wordt de kennis en inzicht vergroot en de kans op complicaties verkleind. Onderwerpen die hierbij aan bod komen zijn bijvoorbeeld 'prenatale behandeling van twin-to-twin transfusion syndrome' en 'risico's bij vaginaal bevallen'. Dit soort onderzoek gebeurt meestal bij vrouwen die tijdens hun zwangerschap in een academisch ziekenhuis worden begeleid. ErfelijkheidsonderzoekMet behulp van onderzoek bij tweelingen kan bekeken worden in welke mate aanleg en omgevingsfactoren van invloed zijn op de ontwikkeling van o.a. persoonlijkheid, groei en gezondheid. Door te kijken naar de gelijkenissen en verschillen tussen een-eiige tweelingen en twee-eiige tweelingen, ontstaat er inzicht in de mate waarin aanleg en omgevingsfactoren van invloed zijn. Een-eiige tweelingen zijn namelijk genetisch identiek, terwijl twee-eiige tweelingen gemiddeld ongeveer de helft van hun genen delen. Door onderzoek te doen bij grote groepen tweelingen, kunnen de verschillen tussen een-eiige en twee-eiige tweelingen een indicatie geven voor de mate waarin iets erfelijk bepaald is. Op die manier kan er bijvoorbeeld voorspeld worden hoe de erfelijke belasting van invloed kan zijn op de gezondheid (bijv. 'tweeling-familie onderzoek naar het risico op diabetes mellitus type 2') of op de persoonlijkheidsontwikkeling (bijv.' ontwikkelen van cognitieve en gedragsproblemen in de late puberteit: erfelijkheid en hormonale invloeden'). Door onderzoek te doen bij alleen een-eiige tweelingen, die genetisch identiek zijn, kan gekeken worden in hoeverre verschillen in omgevingsomstandigheden zoals voeding, opvoeding en scholing (ook op latere leeftijd) de ontwikkeling beïnvloeden. Onderzoek bij grote groepen tweelingen gebeurt meestal met behulp van vragenlijsten die worden toegestuurd. Significante verschillen tussen een-eiige tweelingen en twee-eiige tweelingen (en bijvoorbeeld jongens tweelingen en meisjes tweelingen of jongen/meisje tweelingen) kunnen informatie geven over de erfelijkheidsfactor. Als er meer gedetailleerde informatie nodig is om iets aan te tonen, wordt er onderzoek gedaan bij een kleinere groep tweelingen. Een voorbeeld hiervan is 'onderzoek naar de hersenstructuur en hersenfunctie bij kinderen met aandachts/hyperactiviteits-problemen'. Dit soort onderzoeken kosten vaak veel tijd (en geld) waardoor met een kleinere onderzoeksgroep wordt gewerkt. Onderzoek naar tweelingspecifieke kenmerkenDe ontwikkeling van een tweeling (of meerling) verloopt over het algemeen hetzelfde als bij een eenling. Vroeger dacht men dat tweelingen minder intelligent waren als gevolg van de gedeelde omgeving in de baarmoeder (minder ruimte en delen van voedingsstoffen). Tegenwoordig weet men dat tweelingen zich net zo goed kunnen ontwikkelen als eenlingen. Wel komt het bij tweelingen vaker voor dat zij als gevolg van een gecompliceerde zwangerschap of bevalling een achterstand (of beperking) hebben en blijken tweelingen gemiddeld een iets lagere intelligentiescore te hebben. Hoe dit komt is niet geheel duidelijk. De gedeelde omgeving waarin tweelingkinderen opgroeien blijkt in bepaalde mate van invloed te zijn op de ontwikkeling. Zo hebben tweelingkinderen tot een jaar of vijf vaak een vertraagde taalontwikkeling en zijn ze in sociaal emotioneel opzicht meestal sterk gericht elkaar. Dit heeft vooral te maken met het feit dat tweelingkinderen de aandacht van de ouder moeten delen en dat ze in dezelfde ontwikkelingsfase zitten. Vooral de eerste jaren verloopt de algehele ontwikkeling bij tweelingen hierdoor wat anders dan bij eenlingen. Over het algemeen verdwijnt een eventuele achterstand bij tweelingen in de eerste jaren dat ze naar school gaan, als gevolg van verdere rijping van de hersenen en doordat de omgeving wordt verruimd. De mate waarin en de manier waarop het tweeling-zijn de ontwikkeling van de kinderen beïnvloedt, hangt onder meer af van de kinderen zelf en van de omgeving waarin ze opgroeien. De ene tweeling is de andere niet. Sommige tweelingen zijn zo sterk gericht op elkaar dat ze zich als het ware afsluiten voor de omgeving, terwijl andere tweelingen zich juist volledig van elkaar afkeren. Voor ouders is het vaak lastig om te bepalen hoe ze hier het beste mee om kunnen gaan. Net als ouders van eenlingen willen ook tweelingouders hun kinderen niet constant met elkaar vergelijken of teveel letten op de gelijkenissen en verschillen. Het liefst willen ze hun kinderen als twee zelfstandige individuen laten opgroeien, maar in hoeverre mogen tweelingen ook tweeling zijn en elkaar steunen? En in hoeverre zijn tweelingkinderen door de onderlinge invloed een steun voor elkaar en wanneer is er sprake van een belemmering? Onderwerpen zoals 'het effect van tweelingscheiding op de lagere school', 'identiteitsontwikkeling bij tweelingen' en 'tweelingen en hun vriendschappen' komen de laatste tijd meer in de belangstelling van onderzoekers. Onderzoeken naar de invloed van de tweelingsituatie op de ontwikkeling van tweelingkinderen kunnen zeer waardevol zijn. Weliswaar is elke tweeling anders, toch kunnen dergelijke onderzoeken nieuwe kennis en inzichten opleveren met betrekking tot specifieke vragen van tweelingouders en professionals. Internationaal onderzoekNiet alleen in Nederland is men geinteresseerd in onderzoek bij tweelingen. De International Society for Twin Studies (ISTS) is een internationale organisatie die zich bezig houdt met tweelingenonderzoek. Onderzoekers uit de hele wereld kunnen op deze manier met elkaar in contact komen waardoor kennis en ervaring kan worden uitgewisseld. Zo komt het voor dat Nederlands onderzoek bijvoorbeeld wordt gekoppeld aan eerder onderzoek uit Australie en op die manier kan er verdieping plaatsvinden in reeds opgedane kennis en inzichten. Elke twee maanden wordt er over recent onderzoek verslag gedaan in het vakblad Twin Research en Human Genetics en elke drie jaar wordt er een internationale conferentie georganiseerd. Hierdoor kunnen wetenschappers wereldwijd volgen wat de huidige stand van zaken is op het gebied van tweelingenonderzoek.
|
|
| Laatst geupdate op ( zaterdag 06 september 2008 ) |
| < Vorige |
|---|




